| EERLIJKE HANDEL: Geen blanco checque voor vrijhandel in landbouwproducten |
|
| 24-05-2007 | |
|
Vorige week vergaderden de handelsministers van de G4 in Brussel om de vastgelopen onderhandelingen in het kader van de Wereldhandelsorganisatie opnieuw vlot te trekken. Deze topontmoeting tussen ministers uit de Verenigde Staten, de Europese Unie, Brazilië en India kreeg in deze pre-electorale tijden spijtig genoeg zo goed als geen aandacht in ons land.
Niet verwonderlijk overigens, want ik vraag meernstig af hoeveel van mijn collega kandidaat parlementsleden hoedanook weten wie er eigenlijk lid is van de G4 en waar ze voor staan. Dat is net het drama van de Wereldhandelsorganisatie, haar werkzaamheden spelen zich af in besloten kring en vergen een zekere technische bagage om deze te kunnen volgen. Nochtans hebben de Wereldhandelsakkoorden een enorme impact op ons leven. Onder druk van de WTO wordt het Europees landbouwbeleid grondig hervormd, wordt de druk op Europa om hormonenvlees en GGO’s op onze markten toe te laten alsmaar groter en wordt de toegang tot medicijnen bemoeilijkt. Het lijkt dan ook logisch dat het parlement zich gaat bemoeien met de standpunten die België en Europa innemen in de WTO. Dat is ook steeds één van de eisen van de Belgische NGO’s geweest. Maar als een minister bevoegd voor buitenlandse handel dan effectief die stap nam en het parlement uitnodigde tot dialoog, dan bleek de interesse en de inbreng van het parlement eerder gering. Geen wonder. De WTO-onderhandelingen zijn ook alsmaar minder zichtbaar. In de plaats van onderhandelingen met 140 leden wordt er gekozen voor onderhandelingen tussen enkele van de belangrijkste spelers, de VS, de EU, India en Brazilië. Daaronder twee ontwikkelingslanden. Dat zou als een vooruitgang kunnen beschouwd worden. Maar dat is niet helemaal correct. India en Brazilië behoren dan wel tot de ontwikkelingslanden, hun belangen in de internationale handel zijn heel verschillend van deze van de armste landen in Afrika en Azië. Deze laatste categorie van landen verwacht niet al te veel van de internationale handel. Hun aandeel in de weredhandel is gering. Zij hebben nog steeds voornamelijk grondstoffen aan te bieden. Deze producten brengen niet erg veel meerwaarde op. Brazilië en India daarentegen zijn opkomende industriële grootmachten met offensieve belangen in de wereldhandel. De armste landen zijn vaak meer gebaat met het beperken van de handel dan met vrijhandel. De laatste jaren bijvoorbeeld worden meer en meer arme landen overspoelt met goedkope, soms gesubsidieerde landbouwproducten die de lokale boeren van de markt prijzen. Zo maken de ajuinboeren in Senegal geen kans meer om hun eigen ajuinen in Dakar te verkopen omdat de stadsbevolking kiest voor goedkope ajuinen uit Nederland en België. En in Kameroen hebben kippenboeren het moeilijk om hun kippen nog aan de straatstenen kwijt te geraken omwille van de goedkope import. Daarom pleiten de lidorganisaties van het platform Landbouw2015, waaronder milieu, derde wereld, consumenten ne landbouwersorganisaties voor het recht van ontwikkelingslanden om hun markten af te schermen. De G4-ministers zullen het er allicht niet over hebben. Maar vele boeren in de armste landen, hebben vooral nood aan meer bescherming van hun markten, dan aan een verdere liberalisering van de handel in landbouwproducten. Daarom is het belangrijk dat de wereldhandelsorganisatie, onder bepaalde voorwaarden en omwille van de voedselzekerheid of de werkgelegenheid, het recht op bescherming van de eigen markten opnieuw accepteert. Alleen zo kan de wereldhandel een bijdrage leveren aan de verdere ontwikkeling van de derde wereld. Een principe waar we toch allemaal achter staan. Het is overigens goed om zien dat toch nog steeds een belangrijk deel van de Vlaamse bevolking dit echt belangrijk vindt. Getuige ook het succes van De Langste Tafel van 12 mei laatsleden waar vele honderden wereldwinkeliers en duizenden van hun klanten en sympathisanten een tafel van meer dan 3.000 meter (3.023 om corret te zijn) vulden met mensen die achter de vraag naar meer solidariteit stonden. Die zich schaarden achter meer eerlijke handel, achter het recht van derdewereldlanden om hun markten te beschermen, en achter de plicht van de internationale gemeenschap om eerlijke prijzen voor landbouwgrondstoffen te garanderen. zie ook het eerdere bericht: EERLIJKE HANDEL: Koffieboeren hebben recht op een eerlijke prijs van 25-04-2007 Meer informatie: www.vilt.be/nieuwsarchief/detail.phtml?id=13748 (over de top in Brussel)
|




